-2560.webp)
15 December 2025
De problemen die vandaag worden vastgesteld op het Waalse elektriciteitsnet zouden in de toekomst kunnen toenemen. Volgens FEBHEL, de Belgische Interprofessionele Federatie voor Houtenergie, is een gecoördineerde aanpak nodig die alle beschikbare oplossingen benut. In een langetermijnvisie op energie kan houtenergie daarbij een essentiële bijdrage leveren, onder meer door de pieken in het elektriciteitsverbruik af te vlakken.
De energietransitie leidt tot een toenemende elektrificatie van tal van toepassingen, met name in de mobiliteit. Dat vereist een aanzienlijke versterking van de elektriciteitsnetten. Dit zal grote investeringen vergen; zonder die investeringen dreigen spanningsdalingen en kwaliteitsverlies van de stroomvoorziening, met gevolgen voor ons dagelijks leven en onze economie. Het aanpakken van deze uitdaging zal tijd en aanzienlijke middelen vragen en kan leiden tot hogere tarieven.
Volgens FEBHEL hebben we echter een oplossing binnen handbereik, die in de Scandinavische landen al wordt toegepast om dit risico te beperken. “Een studie in Frankrijk toont aan dat tussen 18 en 22 uur het verwarmingsvermogen van hout- en pelletkachels toelaat om het equivalent van tien kernreactoren te besparen”, zegt Jean-François Sidler, gedelegeerd bestuurder van de STÛV-groep en voorzitter van FEBHEL, verwijzend naar een studie van de Poujoulat Group. “Als we die cijfers toepassen op het niveau van het Waalse Gewest, komt dat neer op ongeveer één kernreactor. Dat is aanzienlijk. Houtenergie past perfect binnen een complementaire energiemix en biedt onze regio’s tegelijk een vorm van energie-onafhankelijkheid.”
Deze benadering kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak in België, waar naar schatting 25 % van de huishoudens al beschikt over een vorm van houtverwarming. Dat blijkt uit een enquête uitgevoerd door iVox in opdracht van FEBHEL. Belgen die hun woning geheel of gedeeltelijk verwarmen met een hout- of pelletkachel doen dat vandaag vooral om te besparen op hun energiefactuur (73 %), voor het comfort (36 %) en om meer controle te behouden over hun energiekosten (23 %). In de toekomst zouden zij dit ook kunnen doen om het elektriciteitsnet te ondersteunen.
Zoals FEBHEL benadrukt, is hout – in tegenstelling tot elektriciteit – een hernieuwbare energiebron. Het maakt deel uit van een duurzaam bosbeheer en is noodzakelijk voor het behoud ervan. Hout- en pelletkachels en -ketels vullen warmtepompen perfect aan door snel en comfortabel warmte te leveren. Daarbij moeten wel enkele hardnekkige misvattingen worden rechtgezet. “Nieuwe houtverwarmingstoestellen stoten quasi geen fijnstof meer uit: tot 300 keer minder dan open haarden”, preciseert Jean-François Sidler. “En hoewel een pelletkachel wat elektriciteit verbruikt, bedraagt dat verbruik slechts ongeveer een tiende van dat van een warmtepomp om 1 kWh warmte te produceren.”
“Binnen een langetermijnvisie op energie is het essentieel om de verschillende componenten van een performante en betaalbare energiemix in rekening te brengen”, besluit Jean-François Sidler. In dat kader vervult houtenergie meer dan louter een aanvullende rol: ze levert een concrete bijdrage aan de aansturing van ons elektriciteitssysteem. Ze helpt de groei van de gereguleerde netkosten en de koolstofintensiteit te beheersen door het net te ontlasten tijdens de meest kritieke en duurste periodes. “De politieke wereld moet zich hier dringend bewust van worden als zij het land wil voorbereiden op de uitdagingen die zich opstapelen”, besluit hij.