
5 January 2026
Sinds 1 januari 2026 heeft Frankrijk de regels rond houtverwarming verstrengd in naam van de luchtkwaliteit, terwijl het kader in België duidelijk soepeler blijft.
Voor Belgische eigenaars is een algemene verbodsbepaling voorlopig niet aan de orde, maar de combinatie van regionale regels en toekomstige Europese normen zal oude open haarden en verouderde kachels geleidelijk verouderd maken, en het installeren en vrij gebruiken ervan steeds moeilijker.
In Isère (Frankrijk), een proefdepartement op dit vlak, is verwarmen met hout zoals vroeger al bijzonder complex geworden. In 174 gemeenten is het inmiddels verboden om een open haard aan te steken, en de lijst met betrokken gemeenten zal de komende maanden verder uitbreiden. Sinds 2024 gold dit verbod al in 123 gemeenten; recent werd de regelgeving verder aangescherpt doordat ook gesloten haarden van vóór 2002 onder het verbod vallen in deze gemeenten.
Tegen 2030 zal deze uitbreiding van kracht zijn in alle 174 gemeenten, wat betekent dat duizenden woningen hun installatie zullen moeten aanpassen of afstand moeten doen van deze verwarmingsvorm. Lokale overheden voorzien wel uitzonderingen voor minder vervuilende systemen en financiële steun om installaties te moderniseren, maar de koers is duidelijk: Isère wil af van oude houtverwarmingssystemen. Het doel is een drastische vermindering van de uitstoot van fijn stof en vluchtige organische stoffen, aangezien houtverwarming verantwoordelijk is voor een groot deel van de jaarlijkse emissies van fijn stof en VOS in het departement.
Frankrijk is niet aan zijn proefstuk toe en Isère is geen alleenstaand geval, maar het contrast met België is frappant. Bij ons blijft de wetgeving relatief soepel, mede omdat nog steeds veel Belgische gezinnen met hout verwarmen. Volgens de Belgische federatie van de houtenergiesector (FEBHEL) gebruikt ongeveer één gezin op vijf een hout- of pelletkachel als bijverwarming, naast een ander verwarmingssysteem. In Wallonië loopt dat aandeel zelfs op tot meer dan een kwart van de woningen.
Hout wordt zowel gezien als een lokale, soms goedkopere energiebron, als een symbool van “cosy” wooncomfort. Dat verklaart deels de voorzichtigheid van beleidsmakers wanneer het gaat om strengere beperkingen.
In Brussel werd alvast een strenger kader vastgelegd. Sinds 1 januari 2025 moet elk nieuw houtverwarmingssysteem voldoen aan de Europese ecodesignrichtlijn, met minimale eisen op het vlak van rendement en emissies. De regio verbiedt bovendien het gebruik van houtverwarming tijdens pieken van luchtvervuiling, behalve wanneer het de enige verwarmingsbron van de woning is.
Een jaarlijkse controle van vastebrandstofketels is verplicht, net als een jaarlijkse schoorsteenveegbeurt. Zonder zo ver te gaan als sommige Franse zones, geeft Brussel duidelijk aan dat luchtkwaliteit primeert bij acute vervuiling en dat performante toestellen de voorkeur krijgen.
In Wallonië bestaat de politieke intentie op papier, maar blijft de uitvoering voorlopig beperkt. Het in 2023 goedgekeurde Plan Air Climat Énergie (PACE 2030) stelde expliciet dat de luchtvervuiling door residentiële biomassa-verwarming (hout en pellets) moest worden beperkt. Mogelijke maatregelen waren onder meer een verbod op nieuwe open haarden en de invoering van een label voor brandhout met kwaliteits- en herkomstcriteria.
Sindsdien is de regering veranderd en laat de beleidsnota 2025, die de prioriteiten van PACE 2030 moest concretiseren, het merendeel van deze pistes links liggen. Milieuorganisaties betreuren dat sterk. In de praktijk blijft Wallonië dus afwachtend, terwijl de luchtkwaliteit in valleien en stedelijke kernen een groeiend aandachtspunt is.
In Vlaanderen is de aanpak meer gedecentraliseerd. Gemeenten kunnen zelf maatregelen nemen om hinder door houtverwarming te voorkomen of te beperken, bijvoorbeeld via tijdelijke gebruiksverboden bij ongunstige weersomstandigheden zoals temperatuurinversies.
Daarnaast heeft de Vlaamse regering zich geëngageerd om tegen 2030 de emissies van huishoudelijke houtverwarming aanzienlijk te verminderen. Dit gebeurt via de geleidelijke uitfasering van oude, sterk vervuilende systemen en bijkomende regels voor nieuwe installaties, om de markt te sturen richting schonere toestellen.
Hoewel België voorlopig relatief soepel blijft, kan de echte dynamiek uit Europa komen. Begin 2025 presenteerde de Europese Commissie een voorstel tot herziening van de ecodesignregelgeving, met als doel de energie-efficiëntie te verbeteren en de milieu-impact van energiegerelateerde producten – waaronder houtverwarmingstoestellen – te beperken.
De eerste, zeer strikte versie leidde tot hevig protest in lidstaten waar houtverwarming wijdverspreid is, en voedde zelfs geruchten over een totaalverbod op Europees niveau vanaf 2027. In werkelijkheid was er nooit sprake van een algemeen verbod op hout als energiebron. De nieuwe regels zouden vooral gelden voor toestellen die na de inwerkingtreding op de markt komen, niet voor bestaande installaties.
De Commissie werkt momenteel aan een aangepaste tekst, met een verwachte inwerkingtreding in 2027. Een totaalverbod lijkt politiek onhaalbaar, maar een strengere aanpak van oude, sterk vervuilende technologieën ligt wel duidelijk in het verschiet.
Parallel daaraan trad in november 2025 een nieuwe Europese norm in werking die de methodologie vastlegt waarmee fabrikanten de veiligheid en emissies van huishoudelijke biomassa-verwarmingstoestellen moeten evalueren. Deze norm stimuleert de ontwikkeling van performantere, beter gecontroleerde en transparantere toestellen. Op middellange termijn zal dit de hele markt naar een hoger niveau tillen en verouderde apparatuur steeds minder aanvaardbaar maken, zowel regelgevend als maatschappelijk.
Voor Belgische gezinnen luidt de vraag dus niet “mogen we nog met hout verwarmen?”, maar wel “met welk type toestel en onder welke voorwaarden?”. Open haarden, oude kachels en weinig performante inserts staan duidelijk in het vizier van de overheid, zowel om gezondheidsredenen als in functie van klimaatdoelstellingen.
Tegen 2030 valt te verwachten dat er meer installatiestops komen voor open haarden in nieuwbouw en ingrijpende renovaties, dat lokale gebruiksbeperkingen bij vervuilingspieken – vooral in steden – toenemen en dat onderhoudsverplichtingen worden aangescherpt.
Daartegenover staan moderne, hoogrendementstoestellen die voldoen aan de toekomstige ecodesignvereisten en worden gebruikt met droog, gecertificeerd kwaliteitsvol hout. Die zullen waarschijnlijk toegelaten blijven en zelfs worden gepromoot als een vorm van “lokale hernieuwbare energie”, mits de goede praktijken worden nageleefd.
Dat is ook de lijn die de sector verdedigt, en in het bijzonder FEBHEL. Zij pleiten voor een genuanceerde aanpak: het geleidelijk bannen van decoratieve open vuren en verouderde toestellen, terwijl houtenergie behouden en gemoderniseerd wordt. De boodschap is duidelijk: het gaat er niet om hout te verbieden, maar om het schoner te maken.
Dat vergt sensibilisering rond goede praktijken (keuze van brandstof, droging, onderhoud van rookkanalen, beperkt gebruik bij vervuiling) en de promotie van moderne, gecertificeerde toestellen.
Samengevat blijft houtverwarming in België mogelijk, maar is het aangewezen om geleidelijk over te schakelen naar moderne en duurzame installaties. Het tijdperk van grote, rokende open vuren en oude kachels die de buurtlucht vervuilen loopt ten einde. Wie met hout wil blijven verwarmen, zal meer regels, meer techniek en hogere eisen op het vlak van luchtkwaliteit moeten aanvaarden.