Artikel

Taks op tweede verblijven fors omhoog: golf van protest en rechtszaken op komst

13 January 2026

Wie een tweede verblijf bezit, zal het binnenkort ook fiscaal voelen. Nu steden en gemeenten hun belastingtarieven voor de komende legislatuur vastlegden, blijken de heffingen op tweede verblijven in heel wat plaatsen stevig te stijgen. Vooral in toeristische gemeenten lopen de bedragen opvallend op, wat steeds vaker leidt tot juridische betwistingen.

De belasting op een tweede verblijf, of dat nu een appartement aan zee is, een chalet in de Ardennen of een woning op het platteland, verschilt sterk per gemeente. Maar de algemene trend is duidelijk: in populaire regio’s grijpen lokale besturen de nieuwe meerjarenplannen aan om de tarieven flink op te trekken. In De Haan bijvoorbeeld stijgt de jaarlijkse taks van 550 naar 975 euro. In Brugge gaat het bedrag van 1.000 naar 1.220 euro, terwijl tweedeverblijvers in Oostende voortaan 1.186 euro betalen, tegenover 1.000 euro voordien.

Steeds meer procedures

Die verhogingen vallen slecht bij eigenaars van tweede verblijven, die zich al langer geviseerd voelen door lokale besturen. “Veel tweedeverblijvers hebben het gevoel dat ze disproportioneel worden belast in vergelijking met inwoners die er permanent wonen,” zegt Thomas De Jonckheere, advocaat bij Bloom Law en gespecialiseerd in gemeentelijke fiscaliteit. Hij begeleidt steeds meer cliënten die de belasting aanvechten bij de Raad van State.

“Intussen lopen er al een tiental procedures tegen verschillende steden en gemeenten, samen goed voor een dertigtal cliënten,” zegt De Jonckheere, aan Het Nieuwsblad. Volgens hem groeit de bereidheid om naar de rechter te stappen naarmate de bedragen blijven stijgen.

Arrest als breekijzer

De juridische strijd kreeg extra vaart door een arrest van de Raad van State van mei vorig jaar. Daarin werd de provinciale belasting van West-Vlaanderen vernietigd omdat eigenaars van tweede verblijven tot drie keer meer betaalden dan vaste inwoners. Dat oordeel wordt nu gezien als een belangrijk precedent.

“Dat arrest geeft duidelijke munitie om ook gemeentelijke taksen onder vuur te nemen,” aldus De Jonckheere. “Als de Raad van State dezelfde redenering volgt, is het perfect mogelijk dat ook lokale belastingreglementen sneuvelen.”

Wie een procedure wil starten, moet wel snel handelen. De beroepstermijn bedraagt zestig dagen vanaf de publicatie van het belastingreglement op de gemeentelijke website. Voor veel gemeenten gebeurde dat midden december, waardoor de klok inmiddels al ver is doorgedraaid.

Niet alleen een kustverhaal

Hoewel de kustgemeenten het meest in het oog springen, speelt het debat zich ook af in centrumsteden. In Gent en Leuven werd de jaarlijkse taks op tweede verblijven opgetrokken tot 2.000 euro. Dat is een stijging tegenover respectievelijk 1.668 en 1.637 euro. Antwerpen houdt het voorlopig bij 1.000 euro.

“De procedures beperken zich zeker niet tot de kust,” benadrukt De Jonckheere. “We hebben cliënten verspreid over heel Vlaanderen, van grote steden zoals Gent en Leuven tot kleinere gemeenten als Deinze en Kruisem.”

Gemeenten zoeken uitweg

Sommige kustgemeenten proberen zich inmiddels beter juridisch te wapenen. In Koksijde en De Panne werd de belasting op tweede verblijven niet afgeschaft, maar werd beslist om vanaf 2026 ook vaste inwoners meer te belasten via een aanvullende gemeentebelasting van 5 procent op de personenbelasting. Tot nu toe betaalden inwoners daar geen gemeentebelasting, wat de gemeenten de reputatie van ‘fiscale paradijzen’ opleverde.

Door ook eigen inwoners zwaarder te belasten, hopen de besturen het verwijt van discriminatie te neutraliseren. Of die redenering standhoudt, is evenwel onzeker. Tweedeverblijvers blijven er immers nog altijd meer betalen dan inwoners.

Knokke onder vergrootglas

Knokke-Heist vaart een andere koers. Als enige kustgemeente weigert het een aanvullende personenbelasting in te voeren. Daardoor blijft de tweedeverblijfstaks, inmiddels opgelopen tot 990 euro, er volledig losstaan van de fiscale druk op inwoners. Dat maakt het gemeentelijk reglement volgens juristen bijzonder kwetsbaar.

Als de Raad van State een gemeentelijke belasting vernietigt, kan dat verregaande gevolgen hebben. In principe zou dan niemand in die gemeente de taks nog verschuldigd zijn, ook wie zelf geen beroep heeft aangetekend. Of dat scenario zich effectief zal voordoen, blijft voorlopig afwachten. De eerste uitspraken worden ten vroegste over anderhalf jaar verwacht.

 

Stel een vraag