
13 January 2026
De Raad van State heeft een koninklijk besluit (KB) vernietigd dat de maximumbedragen voor aannemersklassen verhoogde. Daardoor valt de bouwsector opnieuw terug op het erkenningssysteem uit 1991, wat voor aanzienlijke juridische onzekerheid zorgt bij openbare aanbestedingen, dat meldt De Tijd.
In België worden aannemers op basis van hun technische bekwaamheid, financiële draagkracht en professionele integriteit ingedeeld in acht klassen. Die klasse bepaalt de maximale omvang van de werken waarvoor ze mogen inschrijven. De bijhorende drempelbedragen zijn vastgelegd in een KB uit 1991. Zo mogen enkel aannemers van klasse 8 deelnemen aan aanbestedingen voor de grootste projecten, die starten vanaf 5,3 miljoen euro. Volgens de ABEX-index, die de evolutie van de bouwkosten volgt, zouden die drempels vandaag minstens 2,5 keer hoger moeten liggen dan in 1991. Toch werden ze nooit geïndexeerd. Om de sector, die het al enkele jaren moeilijk heeft, tijdelijk te ondersteunen, besliste de federale regering in 2024 om de maximumbedragen via een nieuw KB met 20 procent te verhogen. Die ingreep werd echter aangevochten door Ghent Dredging, een Oost-Vlaams baggerbedrijf uit klasse 7. Het bedrijf stelt dat de criteria voor de indeling van aannemers arbitrair zijn vastgelegd. ‘Een project van 6 miljoen euro is vandaag geen groot werk meer, zeker niet in de baggersector’, zegt Johan Vande Lanotte, advocaat van Ghent Dredging. Omdat het drempelbedrag voor klasse 8 te laag blijft en niet structureel wordt aangepast, kunnen aannemers uit klasse 7 volgens hem voor steeds minder opdrachten meedingen. ‘De grotere bedrijven krijgen elk jaar meer mogelijkheden, waardoor hun monopolie groeit.’
Erkenningscriteria
Daarnaast hekelt Ghent Dredging dat het KB enkel de maximumbedragen aanpaste, maar andere erkenningscriteria ongemoeid liet. Zo blijft voor klasse 8 een minimum van 83 werknemers vereist. Ghent Dredging telt 49 werknemers en wordt daardoor uitgesloten van grote projecten, terwijl de sector de voorbije decennia sterk is geëvolueerd naar een meer kapitaalintensief en minder personeelsintensief model. Dat noemt het bedrijf onfair. De Raad van State volgde die redenering. Volgens de rechtbank mag de overheid wel een kwaliteitssysteem voor aannemers invoeren, maar is de verhouding tussen de erkenningscriteria en de verhoogde maximumbedragen, gelet op de technologische ontwikkelingen in de bouwsector, niet langer proportioneel. Door de vernietiging van het KB moeten overheden opnieuw de maximumbedragen uit 1991 toepassen. Dat creëert juridische onzekerheid voor zowel openbare besturen als bouwbedrijven. Aannemers kunnen naar de rechter stappen als ze een opdracht verloren die onder het vernietigde, tijdelijke systeem werd toegekend. Ook voor lopende aanbestedingen die nog niet gegund zijn, is het onduidelijk welk regime geldt. Volgens Vande Lanotte is zelfs elke nieuwe overheidsopdracht voor aannemers van klasse 8 juridisch aanvechtbaar zolang de federale regering geen nieuw KB uitvaardigt. Bouwfederatie Embuild roept de overheid op om snel werk te maken van een grondige hervorming van de erkenningsregels, die al langer in voorbereiding is.