
20 February 2026
Steeds vaker verschijnen er in onze buurlanden zonnepanelen tegen de gevel in plaats van op het dak. Hoe zit dat in België? In welke gevallen kunnen zonnepanelen op gevels en buitenmuren van huizen en appartementsgebouwen hier ook een zinvolle oplossing zijn?
Gevelpanelen werken volgens hetzelfde principe als klassieke dakpanelen. Ze zetten zonlicht om in elektriciteit via zonnecellen, meestal op basis van silicium. Het grote verschil zit hem niet in de techniek, maar in de plaatsing. Waar dakpanelen schuin liggen en vaak optimaal op de zon gericht zijn, staan gevelpanelen verticaal of bijna verticaal. Daardoor vangen ze minder direct zonlicht op tijdens de middag, maar juist meer in de ochtend en de avond. In de winter, wanneer de zon laag staat, kan die verticale inval zelfs een voordeel zijn.
De groeiende interesse in zonnepanelen op gevels heeft meerdere redenen. In stedelijke gebieden is het dakoppervlak vaak beperkt of al volgelegd met installaties zoals groendaken, ventilatiesystemen of dakterrassen. Bij appartementsgebouwen is het dak bovendien niet altijd beschikbaar voor alle bewoners. De gevel biedt dan extra ruimte om toch hernieuwbare energie op te wekken. Daarnaast spelen esthetiek en architectuur een rol. Moderne gevelpanelen kunnen geïntegreerd worden in het ontwerp van een gebouw en zo deel uitmaken van de uitstraling in plaats van een technische toevoeging te zijn.
Zonnepanelen op de gevel zijn vooral interessant wanneer het dak ongeschikt is. Dat kan het geval zijn bij daken met een ongunstige oriëntatie, te veel schaduw (van nabijgelegen bomen of andere gebouwen) of een beschermde status waarbij ingrepen niet zijn toegestaan. Ook bij hoogbouw en flats, waar de gevels groot en vrij zijn, kunnen ze een waardevolle aanvulling vormen. In combinatie met dakpanelen zorgen gevelpanelen voor een meer gespreide energieproductie over de dag, wat beter aansluit bij het elektriciteitsverbruik van veel huishoudens.
Een veelgehoorde vraag is of gevelpanelen wel voldoende energie opleveren. Over het algemeen ligt de opbrengst lager dan bij goed geplaatste dakpanelen, omdat de invalshoek van het zonlicht minder ideaal is. Toch is het verschil niet altijd zo groot als men denkt, zeker niet bij zuidgerichte gevels zonder schaduw. Bovendien presteren gevelpanelen vaak beter bij lagere temperaturen, wat hun winteropbrengst ten goede komt. Het resultaat is een stabielere, zij het iets lagere, jaarlijkse productie.
In de meeste gevallen zijn gevelzonnepanelen iets duurder dan klassieke dakpanelen. Dat komt door de montage, die complexer is, en door de afwerking die vaak meer vraagt op het vlak van veiligheid en esthetiek. Bij geïntegreerde oplossingen, waarbij de panelen een deel van de gevelbekleding vervangen, kunnen die extra kosten deels gecompenseerd worden. Op lange termijn blijft ook hier gelden dat de investering zich terugverdient via lagere energiekosten, al duurt dat doorgaans iets langer dan bij dakinstallaties.
Wie zonnepanelen op de gevel overweegt, moet met enkele belangrijke aandachtspunten rekening houden. De oriëntatie van de gevel is cruciaal voor de opbrengst, net als mogelijke schaduw van naburige gebouwen of bomen. Bij appartementsgebouwen is er bovendien de vraag naar eigendom en toestemming van mede-eigenaars (VME).
In sommige gemeenten kan een vergunning nodig zijn, zeker wanneer het uitzicht van de gevel sterk verandert of het gebouw beschermd is. Tot slot is een degelijke bevestiging essentieel om veiligheid en duurzaamheid te garanderen.