
18 May 2026
Wie vandaag een woonlening afsluit, betaalt daar fors meer voor dan een jaar geleden. De gemiddelde vaste rentevoet voor een hypothecaire lening op 25 jaar bedraagt inmiddels 4,13 procent, het hoogste niveau in twaalf jaar. Voor kandidaat-kopers vertaalt zich dat in honderden euro’s extra per maand en tienduizenden euro’s bijkomende interesten over de volledige looptijd van hun lening.
Banken hanteren vandaag veel strengere criteria dan enkele jaren geleden. Kredietinstellingen maken daarbij steeds meer onderscheid tussen verschillende types kredietnemers. Wie zelf een deel van de aankoopprijs kan financieren, krijgt doorgaans een lagere rentevoet. Kandidaten die de volledige woningwaarde moeten lenen, betalen vaak een toeslag van 0,10 tot 0,30 procentpunt.
Ook aanvullende voorwaarden spelen een belangrijke rol. Banken koppelen rentevoordelen steeds vaker aan extra producten zoals een schuldsaldoverzekering, brandverzekering, domiciliëring van het loon of het openen van een zichtrekening.
Daarnaast groeit het belang van de energieprestatie van woningen. Banken houden bij kredietaanvragen steeds meer rekening met EPC-scores en de renovatieplicht voor woningen met label E of F. Eigenaars van zulke woningen moeten binnen zes jaar renoveren naar minstens label D, wat al snel 40.000 tot 50.000 euro extra investeringen kan betekenen.
Dat risico wordt mee verrekend in de kredietvoorwaarden. Kandidaten die een energieverslindende woning kopen, krijgen daardoor vaker een hogere rente aangeboden. Tegelijk blijven energiezuinige woningen bijzonder gegeerd, wat de prijzen van woningen met een goed EPC-label hoog houdt.
De stijgende rente heeft ook een directe impact op de totale kostprijs van een lening. Voor een woonkrediet van 250.000 euro op 25 jaar lag de gemiddelde rente vorig jaar nog op 3,36 procent. Vandaag bedraagt die 4,13 procent. Dat verschil van 0,77 procentpunt betekent volgens berekeningen van Immotheker Finotheker een extra rentelast van meer dan 30.000 euro over de volledige looptijd van de lening, of ruim 100 euro extra per maand.
Om die hogere maandlasten te beperken, kijken sommige kredietnemers opnieuw naar alternatieven voor de klassieke vaste rentevoet. Zo ligt de jaarlijks aanpasbare rente momenteel lager dan de vaste rente. Ook zogenaamde accordeonleningen winnen opnieuw aan aandacht. Daarbij blijft de maandelijkse afbetaling stabiel, terwijl de looptijd van de lening mee evolueert met de rente: bij een rentedaling verkort de looptijd, bij een stijging wordt die langer.