
10 June 2026
Verhuurders-investeerders in België worden geconfronteerd met steeds strengere regelgeving rond energetische renovaties. Volgens de enquête Sustainable Real Estate 2025 zetten Belgische verhuurders zich sterk in voor de energetische renovatie van hun vastgoed. Daarbij worden ze minder gedreven door duurzaamheidsdoelstellingen en meer door de wens om de waarde van hun vastgoed te verhogen en hun concurrentiepositie op de huurmarkt te versterken.
De studie Sustainable Real Estate 2025¹, uitgevoerd bij 2.300 volwassen Belgen, waaronder 300 verhuurders, door Profact in samenwerking met BNP Paribas Fortis, toont aan dat Belgische verhuurders sterk betrokken zijn bij de energetische renovatie van hun vastgoedportefeuille. Zo heeft 95% van de verhuurders al maatregelen genomen, is daarmee bezig of plant acties om het energieverbruik van hun eigendommen te optimaliseren.
Maar achter dit globale percentage schuilt een opvallende betrokkenheid: 46% van de verhuurders voert momenteel renovatiewerken uit, tegenover slechts 31% van de eigenaar-bewoners. Dat verschil van 15 procentpunten wijst op een aanzienlijk grotere druk om te handelen binnen de huurmarkt. Het steeds strengere regelgevende kader stimuleert verhuurders immers om maatregelen te nemen.
De maatregelen die verhuurders het vaakst uitvoeren of plannen, passen binnen een strategie om de algemene prestaties van gebouwen te verbeteren: dakisolatie (51% reeds uitgevoerd), hoogrendementsbeglazing (45%), een energiezuinige verwarmingsketel (42%) en gevelisolatie (41%).
Daarnaast investeren verhuurders ook in systemen voor actief energiebeheer, zoals ventilatiesystemen (32% reeds geïnstalleerd), energiebeheersystemen (33%) en zonnepanelen (32%). Dat wijst op een meer geïntegreerde aanpak van de energieprestaties van hun vastgoedportefeuille.
De redenen waarom verhuurders investeren in de duurzaamheid van hun vastgoed verschillen duidelijk van die van eigenaar-bewoners. De belangrijkste motivatie is de waardestijging van het vastgoed, aangehaald door 55% van de verhuurders tegenover 39% van de eigenaar-bewoners. Daarna volgen de verbetering van het EPC-certificaat (52%), het naleven van wettelijke verplichtingen (48%) en het verhogen van de huurprijs of huurwaarde (46%).
Deze cijfers tonen duidelijk een investeringslogica aan: renovatie wordt gezien als een manier om vastgoed meer waarde te geven, de concurrentiekracht op de huurmarkt te vergroten en te voldoen aan wettelijke vereisten. Hoewel ook de milieudimensie aanwezig is (35% vermeldt de vermindering van de klimaatimpact), blijft die ondergeschikt aan economische en wettelijke overwegingen.
De enquête bevestigt bovendien dat verhuurders veel afhankelijker zijn van externe financiering dan eigenaar-bewoners en dat banken daarin al een centrale rol spelen. Bijna de helft van de verhuurders (49%) financiert energetische renovaties met eigen middelen, maar 44% maakt gebruik van een banklening. Het verschil tussen beide financieringsbronnen bedraagt dus slechts 5 procentpunten. Ter vergelijking: bij eigenaar-bewoners bedraagt het verschil tussen eigen middelen (52%) en een banklening (33%) maar liefst 19 procentpunten.
Overheidssubsidies en renovatiepremies vormen de derde belangrijkste financieringsbron voor verhuurders (39%), vóór familiale steun (17%). Het combineren van verschillende financieringsbronnen komt vaak voor, wat de complexiteit illustreert van de financiële constructies waarmee verhuurders worden geconfronteerd om hun renovatieplannen te realiseren.
“Belgische verhuurders staan in de frontlinie van de energietransitie van het vastgoedpark en verwachten van hun bank meer dan enkel een renovatiekrediet,” verduidelijkt Laurent Loncke, Head of Retail Banking bij BNP Paribas Fortis. “Daarom heeft BNP Paribas Fortis een volledig ecosysteem ontwikkeld om hen tijdens dit renovatietraject te ondersteunen. Onze adviseurs helpen hen een coherent financieringsplan op te stellen op basis van hun vermogens- en duurzaamheidsdoelstellingen, begeleiden hen naar de premies en subsidies waarop ze recht hebben en ondersteunen hen bij het begrijpen van de regelgeving die van toepassing is op hun vastgoed.”
Een van de belangrijkste conclusies van de studie betreft de kennis van verhuurders over toekomstige wettelijke verplichtingen. Ook hier scoren verhuurders beter dan eigenaar-bewoners, al blijven er hiaten bestaan die potentieel dure gevolgen kunnen hebben.
De verplichte EPC-doelstelling die tegen 2050 voor het volledige residentiële vastgoedpark moet worden bereikt, is bekend bij 73% van de Vlaamse verhuurders en 77% van de Brusselse verhuurders. Bij eigenaar-bewoners gaat het respectievelijk om slechts 51% en 55%. Dat verschil van 20 tot 22 procentpunten bevestigt dat verhuurders de regelgeving nauwgezetter opvolgen. Dat is logisch aangezien zij wettelijke verplichtingen als derde belangrijkste investeringsmotief noemen (48%).
Ook de kennis van de exacte EPC-waarde van hun vastgoed ligt aanzienlijk hoger bij verhuurders. In Vlaanderen kent 79% van hen de exacte EPC-waarde van minstens één verhuurd pand, tegenover slechts 41% van de eigenaar-bewoners voor hun hoofdverblijfplaats. In Brussel loopt het verschil op tot 34 procentpunten (86% tegenover 52%). In Wallonië bedraagt het verschil 25 procentpunten (62% tegenover 37%). Deze cijfers illustreren een juridische realiteit: de vermelding van het EPC-certificaat is verplicht in huuradvertenties en huurcontracten, waardoor verhuurders de waarde nauwkeurig moeten kennen.
Tot slot brengt de enquête ook het standpunt van huurders over hun verhuurders in kaart. Zo vindt 64% van de huurders dat hun verhuurder eerder reactief handelt op het vlak van duurzame investeringen, met andere woorden pas reageert na klachten of wettelijke verplichtingen. Slechts 10% omschrijft hun verhuurder als zeer proactief.
Die externe perceptie is een signaal dat verhuurders niet kunnen negeren. In een huurmarkt waar energieprestaties steeds vaker een doorslaggevend criterium worden voor kandidaat-huurders, en waar minder performante woningen dreigen aan aantrekkelijkheid en huurwaarde te verliezen, wordt proactief investeren in duurzaamheid steeds meer een concurrentieel voordeel.