Artikel

Recordbedrag aan energieboetes voor verbouwers

16 June 2026

Vlaamse bouwers en verbouwers kregen in 2025 voor een recordbedrag van 7,3 miljoen euro aan EPB-boetes opgelegd. Vooral wie nalaat tijdig een EPB-aangifte in te dienen, riskeert stevige financiële sancties. De gemiddelde boete bedraagt inmiddels bijna 3.000 euro per dossier, schrijft Het Laatste Nieuws. 

Een EPB-aangifte – voluit Energieprestatie en Binnenklimaat – is verplicht voor wie een nieuwbouwwoning optrekt of een ingrijpende renovatie uitvoert waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Sinds de invoering van de regelgeving in 2006 moeten bouwprojecten voldoen aan minimale normen rond isolatie, ventilatie, verwarmingsinstallaties en bescherming tegen oververhitting. Volgens Lotte Ringoot van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) zijn die regels bedoeld om gebouwen energiezuiniger, milieuvriendelijker en gezonder te maken. Toch blijken veel bouwers en verbouwers te struikelen over de administratieve verplichtingen die ermee gepaard gaan.

Recordaantal boetes

Uit cijfers die Vlaams Parlementslid Marianne Verhaert (Anders) opvroeg, blijkt dat in 2025 een recordbedrag van bijna 7,3 miljoen euro aan EPB-boetes werd uitgeschreven. Volgens haar zijn veel mensen onvoldoende op de hoogte van de complexe regelgeving en de strikte deadlines. "Veel verbouwers denken dat alles correct geregeld is, tot er plots een boete in de bus valt", stelt Verhaert. Ze verwijst naar eerdere uitspraken van voormalig Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere (Vooruit), die erkende dat de overheid in sommige dossiers te streng optrad.

Voor elk project moet een erkende EPB-verslaggever worden aangesteld. Die stelt het verplichte verslag op en dient de aangifte in bij het VEKA. De aangifte moet uiterlijk één jaar na de ingebruikname van de woning of na het beëindigen van de werken worden ingediend. Daarnaast geldt een absolute uiterste termijn van zes jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning, ongeacht de staat van het gebouw. Net die regel leidt volgens Verhaert tot frustratie. Ook wanneer een woning na zes jaar nog niet afgewerkt is, blijft de verplichting gelden. "Mensen worden verplicht een theoretisch verslag te laten opstellen voor een woning die nog niet bewoonbaar is, terwijl ze vaak al met aanzienlijke financiële problemen kampen", zegt ze.

Boetes lopen snel op

Wie de EPB-aangifte niet tijdig indient, krijgt een basisboete van 1.000 euro, aangevuld met 1 euro per kubieke meter nieuw bouwvolume. Volgt binnen de zestig dagen nog steeds geen aangifte, dan komt daar een bijkomende sanctie van 10 euro per dag bovenop. De gemiddelde boete voor laattijdige of ontbrekende aangiften bedraagt inmiddels bijna 3.000 euro. In uitzonderlijke gevallen lopen de bedragen veel hoger op. Zo verschenen de voorbije jaren verhalen van bouwers die boetes van meer dan 23.000 euro moesten betalen.

Volgens VEKA is het cruciaal om de juiste deadlines in het oog te houden. Daarbij geldt niet de effectieve start van de werken als referentiepunt, maar de datum waarop de omgevingsvergunning werd verleend. "Veel mensen vergissen zich daarin", zegt Ringoot. "De teller begint niet te lopen wanneer de eerste werken starten, maar vanaf de vergunning." Ze adviseert bouwers om al bij de start van hun project een EPB-verslaggever te betrekken en duidelijke afspraken te maken over tussentijdse controles van de administratieve verplichtingen. Ook een startverklaring is wettelijk verplicht vóór de aanvang van de werken.

Wie de termijn van zes jaar overschrijdt, kan slechts in uitzonderlijke gevallen een beroep doen op overmacht. Een scheiding, financiële problemen of vertragingen door een aannemer worden doorgaans niet aanvaard als geldige reden. Bij juridische procedures of een faillissement van de aannemer kan wel een verlenging van de termijn worden aangevraagd.

Minister wijst op versoepelingen

Waarnemend Vlaams minister van Energie Hans Bonte (Vooruit) erkent dat bouwen en verbouwen steeds complexer en duurder wordt, maar wijst erop dat de regelgeving de voorbije jaren al werd versoepeld. Zo werd de uiterste indieningstermijn verlengd van vijf naar zes jaar. Daarnaast werd de aanmaningstermijn voor ontbrekende EPB-aangiften uitgebreid van acht weken naar zes maanden. Verhaert vindt die aanpassingen onvoldoende. Zij pleit ervoor de aangifte pas verplicht te maken wanneer een gebouw volledig afgewerkt en effectief in gebruik genomen is. "De huidige regeling houdt onvoldoende rekening met de realiteit van bouwprojecten die vertraging oplopen", zegt ze. "Gezinnen die financieel onder druk staan, hebben nood aan meer flexibiliteit om hun woning af te werken zonder het risico op zware boetes."

 

Stel een vraag