Artikel

Bouwonderwijs onder druk: sector waarschuwt voor tekort aan vakmensen

Het aantal leerlingen in het Vlaamse secundair bouwonderwijs is in één schooljaar met bijna 700 gedaald. Bouwunie en Embuild Vlaanderen waarschuwen dat de terugval de instroom van vakmensen verder kan bemoeilijken, net nu de bouwsector volop handen nodig heeft voor renovatie, isolatie, warmtepompen, wegenwerken en de klimaattransitie. Beide organisaties vragen de Vlaamse regering dan ook om bouwopleidingen niet zomaar te schrappen, maar ze aantrekkelijker en toekomstgerichter te maken.

In 2024-2025 volgden 12.757 leerlingen een opleiding in het secundair bouwonderwijs. Een jaar later waren dat er nog 12.098, een daling van iets meer dan 5 procent. Bouwunie hanteert voor bouw- en houtopleidingen een vergelijkbaar cijfer: 12.095 leerlingen vorig schooljaar, tegenover ongeveer 5 procent meer het jaar voordien.

Vooral het zevende specialisatiejaar krijgt een zware klap. Het aantal leerlingen daalde er van 1.220 naar 670, bijna een halvering. Volgens Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie, was die terugval te verwachten. Door de modernisering van het secundair onderwijs behalen leerlingen uit de vroegere BSO-richtingen, vandaag de arbeidsmarktfinaliteit, na de derde graad al hun diploma. Daardoor is een zevende jaar niet langer noodzakelijk om af te studeren en kiezen meer jongeren ervoor om meteen te gaan werken.

Ook Embuild Vlaanderen wijst op die hervorming als belangrijke verklaring voor de daling. Tegelijk benadrukt de organisatie dat het zevende jaar volgens haar wel degelijk een belangrijke functie behoudt. Zes jaar beroepsonderwijs volstaat volgens Embuild niet altijd om leerlingen volledig klaar te stomen voor uitvoerend vakmanschap op de werf. Wie het specialisatiejaar overslaat, dreigt volgens de bouworganisatie minder goed voorbereid aan de slag te gaan. Een deel van de leerlingen stroomt wel door naar een graduaatsopleiding, maar die richtingen leiden volgens Embuild eerder op voor technische en coördinerende functies dan voor het uitvoerende vakmanschap dat op de werf nodig blijft.

Dalende instroom

De terugval beperkt zich bovendien niet tot het zevende jaar. Vooral in de tweede graad verliezen de richtingen Hout en Ruwbouw leerlingen. Hout ging van 3.958 naar 3.812 leerlingen, terwijl Ruwbouw in de tweede en derde graad samen daalde van 1.737 naar 1.675. Ook Bouwwetenschappen verloor in de derde graad leerlingen. Wegenbouw telt in de tweede graad inmiddels geen leerlingen meer; in de derde graad zakte het aantal van 91 in 2022-2023 naar 75 vorig schooljaar.

Tegenover die dalingen staat één opvallende stijger: Decoratie en schilderwerk. Daar nam het aantal leerlingen in de tweede en derde graad toe van 773 naar 854.

Voor Bouwunie is de dalende instroom extra zorgwekkend omdat de Vlaamse regering tegelijk werk maakt van een rationalisering van het secundair onderwijs. Richtingen met weinig leerlingen dreigen daardoor te verdwijnen. “Je mag daarbij niet enkel vertrekken van het aantal leerlingen of de kostprijs van een opleiding”, zegt De Hondt. Volgens hem moeten ook de noden op de arbeidsmarkt en de maatschappelijke opdracht van het onderwijs meetellen. “We hebben in de bouw nu al volk te kort.”

Embuild Vlaanderen sluit zich daarbij aan. “Bouw- en STEM-richtingen zijn levensaders voor de bouw die de vakmensen klaarstomen die nodig zijn. Als in die richtingen te weinig leerlingen zitten, moeten ze meer aantrekkelijk worden gemaakt. Niet worden geschrapt”, zegt Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen.

Vakmensen broodnodig

De nood aan nieuwe vakmensen is groot. Volgens Embuild zijn er in Vlaanderen jaarlijks ongeveer 17.000 vacatures in de bouw, waarvan er zo’n 5.000 langdurig openstaan. Schoolverlaters met een bouwopleiding vinden daardoor doorgaans snel werk en krijgen kansen om binnen een bedrijf door te groeien. Tegelijk zijn die vakmensen cruciaal voor bredere maatschappelijke uitdagingen, zoals de renovatie van woningen, de installatie van warmtepompen en airco’s, dakisolatie, infrastructuurwerken en de aanpak van de klimaatverandering.

Beide organisaties willen daarom niet alleen meer leerlingen aantrekken, maar ook nadenken over de manier waarop bouwonderwijs wordt georganiseerd. Bouwunie pleit voor een sterkere samenwerking tussen scholen en bedrijven, onder meer via werkplekleren, gastlessen en bedrijfsbezoeken. Daarnaast ziet de sectororganisatie mogelijkheden in het clusteren van opleidingen. Een brede cluster rond bouw, hout, installatie en schilderwerken zou leerlingen eerst een gemeenschappelijke basis kunnen geven, waarna ze zich via verschillende opties verder specialiseren, bijvoorbeeld in wegenwerken, ruwbouw of afwerking.

De boodschap aan de Vlaamse regering is daarmee eensgezind, maar niet identiek: de organisaties vragen om niet blind te besparen op opleidingen met lage leerlingenaantallen, maar tegelijk om het bouwonderwijs zelf aantrekkelijker en efficiënter te organiseren. Want minder leerlingen vandaag betekent mogelijk minder vakmensen morgen, precies op een moment waarop Vlaanderen die mensen hard nodig heeft.

BATIBOUW - Bouwonderwijs onder druk: sector waarschuwt voor tekort aan vakmensen | BATIBOUW