Artikel

Hypotheekrente stijgt: zo bespaar je duizenden euro’s op je lening

De hypotheekrentes zitten in België opnieuw in de lift, waardoor lenen vandaag een pak duurder is dan enkele jaren geleden. Kies je het best voor een vaste of variabele rente? Leen je op 20 of 25 jaar? Onderhandel je beter over de rente of over de aankoopprijs van de woning? In de huidige context kunnen enkele slimme berekeningen je tienduizenden euro’s besparen.

De tijd waarin je bijna gratis geld kon lenen, lijkt definitief voorbij. Na een periode van relatieve rust zijn de hypotheekrentes in 2026 opnieuw gestegen. Volgens Febelfin, op basis van cijfers van de Nationale Bank van België (NBB), schommelden de gemiddelde rentes in mei tussen 3,41% voor kredieten met een rente die langer dan tien jaar vastligt en 4,40% voor kredieten waarvan de oorspronkelijke rentevaste periode maximaal één jaar bedraagt.

Die evolutie laat zich al voelen op de markt. In het tweede kwartaal van 2026 werden in België iets minder dan 50.000 hypothecaire kredieten verstrekt, goed voor meer dan 9,5 miljard euro. Het aantal kredieten daalde in één jaar met 8,6% en het aantal kredietaanvragen met 5,7%. Toch blijft de markt relatief dynamisch: in vergelijking met 2024 steeg het totale bedrag aan verstrekte kredieten met 24,2%.

Hoe kan je in deze context de kosten beperken wanneer je een woning wilt kopen of bouwen?

1. Onderhandel niet alleen over de rente

Een eerste reflex: vergelijk de voorstellen van verschillende banken. Maar twee kredieten uitsluitend vergelijken op basis van hun nominale rentevoet kan misleidend zijn.

Een bijzonder aantrekkelijke rente kan bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan de verplichting om bij dezelfde bank een brandverzekering, schuldsaldoverzekering of andere producten af te sluiten. In een recent artikel over dit onderwerp wijst L’Echo erop dat een verschil van een tiental euro per maand snel teniet kan worden gedaan door duurdere verzekeringen.

Het JKP (jaarlijks kostenpercentage) is daarom een belangrijke indicator. Het maakt het mogelijk om de totale kosten van kredieten beter met elkaar te vergelijken door rekening te houden met de kosten die wettelijk in de berekening moeten worden opgenomen. Let wel: bepaalde verzekeringskosten zijn mogelijk niet inbegrepen wanneer de verzekering niet verplicht is om het krediet of de rentekorting te krijgen.

Vraag dus altijd een volledige simulatie en tel krediet + verzekeringen + kosten + eventueel verplichte producten bij elkaar op voordat je beslist.

2. 20.000 euro van de woningprijs onderhandelen kan meer opleveren dan een lagere rente

Dit is wellicht een van de interessantste berekeningen voor kandidaat-kopers: onderhandelen over de aankoopprijs van een woning kan financieel veel zwaarder doorwegen dan enkele tienden van een procent van de rentevoet afkrijgen.

Neem een lening van 300.000 euro op 25 jaar. In de simulaties van L’Echo betekent een stijging van de rente van 3,75% naar 3,85% ongeveer 16 euro extra per maand. Bij een rente van 3,95% loopt het verschil op tot ongeveer 30 euro per maand.

Maar als je 20.000 euro van de aankoopprijs kunt onderhandelen, hoef je nog maar 280.000 euro te lenen. Je bespaart dan niet alleen die 20.000 euro, maar ook alle interesten die je gedurende 20 of 25 jaar over dat bedrag zou hebben betaald.

Op een markt waar lenen duurder is geworden, wint elke euro die je niet hoeft te lenen dus opnieuw aan belang.

3. Vaste of variabele rente: variabel wordt opnieuw populairder

Belgen blijven sterk gehecht aan de zekerheid van een vaste rente, maar hun gewoontes veranderen.

In het tweede kwartaal van 2026 koos 78,8% van de kredietnemers voor een vaste rente of een krediet waarvan de rente minstens tien jaar vastligt. In het eerste kwartaal was dat nog 84,5%. Tegelijk koos 15,5% voor een variabele formule met een oorspronkelijke rentevaste periode tussen drie en tien jaar. Nog eens 5,5% koos voor een formule waarbij de rente alleen kan dalen.

Waarom groeit die belangstelling? Omdat sommige kredietnemers erop gokken dat de rente uiteindelijk opnieuw zal zakken.

Wikifin legt het principe als volgt uit: bij een vaste rente ken je je maandelijkse aflossing van bij het begin en blijft die in principe gelijk. Bij een variabele rente evolueert de rente volgens een referentie-index en kan ze dus stijgen… of dalen. De Belgische wetgeving beschermt de kredietnemer wel: een variabele rentevoet kan nooit hoger worden dan het dubbele van de oorspronkelijke rentevoet.

Een variabele rente is dus niet noodzakelijk een slechte keuze, maar je moet vooraf nagaan of je budget ook een ongunstig scenario aankan.

4. Doe een ‘stresstest’ van je maandelijkse aflossing

Stel jezelf vóór je voor een variabele rente kiest één eenvoudige vraag: wat gebeurt er als mijn maandelijkse aflossing over enkele jaren fors stijgt?

Kan je gezinsbudget de lening dan nog dragen? En wat als tegelijk de energiekosten stijgen, er een kind bijkomt of je inkomen tijdelijk daalt?

Sommige banken bieden ook tussenformules aan, zoals kredieten met een variabele rente en een plafond, of zogenaamde ‘accordeonformules’. Daarbij kan de looptijd van het krediet veranderen in plaats van het maandelijkse aflossingsbedrag.

5. 15, 20 of 25 jaar: onderschat de verborgen kost van de looptijd niet

De looptijd van je krediet verlengen is een efficiënte manier om je maandelijkse aflossing te verlagen. Maar dat maandelijkse comfort heeft een prijs: je betaalt gedurende meer jaren interesten.

In de aangehaalde simulatie kan het verschil tussen een looptijd van 15 en 25 jaar oplopen tot meer dan 70.000 euro.

Dat betekent niet dat een krediet met een korte looptijd altijd de beste keuze is. Een te hoge maandelijkse aflossing kan je budget onder druk zetten en je financiële ruimte verkleinen wanneer je bijvoorbeeld onverwachte renovatiewerken moet uitvoeren.

Het komt er dus op aan het juiste evenwicht te vinden tussen de totale kostprijs van je krediet en voldoende financiële ademruimte per maand.

6. Je eigen inbreng blijft doorslaggevend

In de huidige context blijft een comfortabele eigen inbreng een belangrijk voordeel.

De NBB beveelt banken aan om het aandeel nieuwe kredieten met een quotiteit van meer dan 90% van de waarde van de woning te beperken voor woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond. Er bestaan onder meer uitzonderingsmarges voor starters op de woningmarkt, maar dossiers die zowel een hoge quotiteit als een zware aflossingslast hebben, worden strenger opgevolgd.

Met een grotere eigen inbreng kan je het geleende bedrag en dus ook de interestkosten verminderen. Bovendien kan ze je onderhandelingspositie bij de bank versterken.

Stop echter niet al je spaargeld in de aankoop. Een financiële buffer behouden is bijzonder belangrijk wanneer je een woning koopt waarin nog werken moeten gebeuren.

7. Moet je renoveren? Neem de werken meteen mee in je budget

Dit is een bijzonder belangrijk aandachtspunt voor de lezers van Batibouw.com. Je budget mag niet stoppen bij de aankoopprijs van de woning.

Dak, isolatie, verwarming, elektriciteit, ramen… Een woning die goedkoper is bij aankoop, kan uiteindelijk veel duurder uitvallen wanneer er een ingrijpende energetische renovatie nodig is.

De cijfers van Febelfin tonen dat deze realiteit de kredietmarkt al beïnvloedt. In het tweede kwartaal van 2026 steeg het aantal kredieten voor de aankoop van een woning in combinatie met renovatiewerken met 5,6% op jaarbasis, terwijl het aantal kredieten uitsluitend voor de aankoop van een woning met 7,8% daalde. Het gemiddelde bedrag van een krediet voor ‘aankoop + renovatie’ bedroeg ongeveer 232.000 euro.

Daarnaast registreerde Febelfin in de eerste helft van 2026 23.150 kredieten die aan zijn definitie van ‘Energy-Efficient’ beantwoorden, samen goed voor 4,8 miljard euro.

8. Wachten op een rentedaling of nu kopen?

Dat is uiteraard de vraag waarop elke kandidaat-koper graag een duidelijk antwoord zou krijgen.

Het probleem is dat een daling van de rente niet automatisch betekent dat je een betere vastgoeddeal kunt doen. Wanneer lenen opnieuw goedkoper wordt, kunnen meer kandidaat-kopers terugkeren naar de markt, waardoor de vastgoedprijzen ondersteund worden.

En die prijzen zijn zeker niet ingestort. Volgens Fednot bedroeg de gemiddelde prijs van een huis in België in de eerste helft van 2026 356.774 euro, 1,9% meer dan het gemiddelde van 2025. Voor een appartement betaalde je gemiddeld 286.183 euro (+1,5%). In het tweede kwartaal nam het aantal vastgoedtransacties bovendien nog met 1,5% toe tegenover een jaar eerder.

Proberen om hét perfecte moment te vinden om een woning te kopen, blijft dus bijzonder moeilijk.

In de praktijk: 7 berekeningen die je moet maken vóór je tekent

Vergelijk vóór je een hypothecair krediet kiest:

  1. het JKP, en niet alleen de geafficheerde rentevoet;
  2. de kosten van verzekeringen en gekoppelde producten;
  3. het bedrag dat je werkelijk van de aankoopprijs kunt onderhandelen;
  4. de totale kostprijs van een krediet op 15, 20 en 25 jaar;
  5. de maandelijkse aflossing van een variabele rente in een ongunstig scenario;
  6. hoeveel eigen middelen je kunt investeren terwijl je voldoende spaargeld als buffer behoudt;
  7. het budget voor werken en energetische renovaties die de komende jaren nodig zijn.

In de huidige context is het beste hypothecaire krediet dus niet noodzakelijk het krediet met de laagste rentevoet. Het is het krediet waarbij een goed onderhandelde aankoopprijs, een beheersbare totale kostprijs en een betaalbare maandelijkse aflossing samengaan met voldoende financiële ruimte voor onverwachte uitgaven en toekomstige renovatiewerken.