
De strijd tegen sociale fraude werpt vruchten af. In de eerste helft van 2026 leverden controles en onderzoeken 213 miljoen euro aan financiële impact op, 19 procent meer dan een jaar eerder. Toch ziet Bouwunie nog een belangrijke lacune: buitenlandse aannemers worden vandaag minder volledig gecontroleerd dan Belgische bedrijven. De bouworganisatie pleit daarom voor een centrale databank die opdrachtgevers toelaat om vooraf na te gaan of een buitenlandse aannemer fiscaal, sociaal en administratief in orde is.
Van de 213 miljoen euro kwam 142 miljoen euro voort uit misbruik met sociale bijdragen. Het gaat om bijdragen die werkgevers of bedrijven wel verschuldigd waren, maar niet betaalden. Dat bedrag ligt 20 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Daarnaast werd bij gezondheidsfraude een financiële impact van 26 miljoen euro vastgesteld. “Wie misbruik maakt van het systeem, moet worden aangepakt. We zetten daarom in op een betere bestrijding van sociale fraude, met meer mensen en middelen. In een moeilijke economische periode moet iedereen zijn steentje bijdragen. Het kan niet dat mensen die de kantjes ervan aflopen, ongestraft blijven”, zegt minister van Sociale Zaken Rob Beenders (Vooruit).
De inspectiediensten voerden in de eerste zes maanden van 2026 in totaal 79.000 onderzoeken uit. Dat zijn er 5 procent meer dan in 2025. In 6.316 dossiers werd onderzoek gedaan naar sociale dumping. Bij 47,1 procent daarvan werd een overtreding vastgesteld. Volgens Beenders bewijzen de cijfers dat de inspectiediensten niet alleen hun controles opvoeren, maar ook meer resultaat boeken. De aanpak beperkt zich bovendien niet tot controles achteraf. De diensten zetten ook in op preventie en informatie. Zo waren er 223 onderzoeken bij nieuwe werkgevers en kregen werkgevers informatie over de correcte toepassing van tijdelijke werkloosheid. Daarnaast vonden gezamenlijke preventieve acties en flitscontroles plaats in onder meer de taxi-, transport- en bouwsector.
Voor Bouwunie is een stevige aanpak van sociale fraude essentieel. Niet alleen om misbruik van overheidsgeld tegen te gaan, maar ook om Belgische bouwbedrijven te beschermen tegen oneerlijke concurrentie. “Natuurlijk moeten we tegen sociale fraude ten strijde trekken. Dat is in het belang van onze bouwbedrijven. Zij ondervinden oneerlijke concurrentie van bedrijven die het niet zo nauw nemen met alle regels”, zegt Twain De Hondt, directeur van de studiedienst van Bouwunie. Volgens de bouworganisatie kan de aanpak nog een stap verder gaan door de controle op buitenlandse aannemers te versterken.
Bouwunie pleit voor een databank waarin opdrachtgevers kunnen controleren of een buitenlandse aannemer in orde is met zijn sociale en fiscale verplichtingen én met de nodige administratie. “Is de aannemer niet in orde, dan betaal je de factuur niet of laat je de aannemer niet toe op de werf”, zegt De Hondt. Voor Belgische aannemers bestaat zo'n systeem al. Wanneer zij sociale of fiscale schulden hebben, kan hun factuur in een b2b- of b2g-omgeving worden tegengehouden. Voor buitenlandse aannemers is de controle vandaag minder verregaand. Sinds kort kan wel worden nagegaan of zij sociale schulden hebben. Een controle op fiscale schulden en op alle administratieve verplichtingen is echter nog niet mogelijk.
Het gaat bijvoorbeeld om het detacheringsformulier A1, de meldingsplicht en de verplichtingen in het kader van de Limosa-reglementering. Bouwunie wil daarom dat ook voor buitenlandse aannemers één geïntegreerde databank wordt uitgebouwd. Op die manier kunnen opdrachtgevers vóór de start van de werken controleren of een aannemer aan alle verplichtingen voldoet. Volgens Bouwunie zou zo'n systeem twee doelen tegelijk dienen: fraude sneller opsporen én bouwbedrijven die wel volgens de regels werken beter beschermen tegen oneerlijke concurrentie.