Artikel

AI, drones en BIM: waarom de Belgische bouw nog worstelt met digitalisering

De Belgische bouwsector maakt een moeilijke periode door: 2.780 faillissementen in 2025 en voor 2026 wordt nauwelijks groei verwacht. Toch hebben bedrijven nog nooit zoveel geïnvesteerd in technologie, onder meer in drones en artificiële intelligentie.

AFAS Software, dat beheersoftware ontwikkelt om administratieve processen bij bedrijven en organisaties te automatiseren en te optimaliseren, wijst op een vaak onderschatte paradox: die investeringen leveren niet altijd echte efficiëntiewinsten op, omdat werfgegevens verspreid blijven over afzonderlijke softwaresystemen, papieren dossiers en WhatsApp-groepen.

Enkele cijfers illustreren het probleem. In België wordt 1 bedrijf op 3 afgeremd door een gebrekkige datakwaliteit en slechts 11% gebruikt AI voor de opvolging van werven. Dat kan leiden tot 45 minuten tijdverlies per projectleider per dag, wat voor een kmo met zes projectverantwoordelijken kan oplopen tot 45.000 euro per jaar.

Economische druk

Tussen het stijgende aantal faillissementen en de krimpende marges staat de bouw- en installatiesector zwaar onder druk. Ondanks investeringen in nieuwe technologie gaat er dagelijks op de werf efficiëntie verloren door niet-gekoppelde software, informele chatgroepen en de tijd die nodig is om de juiste gegevens terug te vinden. Er gaapt met andere woorden een kloof tussen investeringen in geavanceerde technologie en de digitale basisprocessen op de werf. Volgens de digitaliseringsspecialist vormt dit momenteel een rendabiliteitsprobleem dat door de hele sector wordt onderschat.

De economische druk op de Belgische bouwsector blijft dan ook groot. Volgens cijfers van Statbel en Bouwunie telde de sector in 2025 2.780 faillissementen, een stijging met 6,1%. In Vlaanderen is vandaag zelfs één op de vier faillissementen afkomstig uit de bouwsector. Embuild verwacht voor 2026 bovendien slechts een marginale groei van 0,2%. Hoge materiaalkosten, stijgende lonen en strikte contractvoorwaarden dwingen bouw- en installatiekmo's om hun bedrijfskosten nauwlettend in het oog te houden.

Tegelijk blijkt uit onderzoek van Embuild dat de sector zijn technologische achterstand stevig aan het inhalen is. Zo maakt 26% van de bouw- en installatiebedrijven gebruik van drones, werkt 23% met BIM-software (nvdr.: BIM is een digitale methode om een 3D-model van een bouwproject te creëren en te beheren, waarin intelligente en gedeelde gegevens worden geïntegreerd) en onderzoekt bijna vier op de tien bedrijven de mogelijkheden van AI.

De dataparadox

Dat leidt tot een opvallende paradox. Terwijl bouwbedrijven fors investeren in geavanceerde technologie, blijkt uit cijfers van Embuild dat één op de drie bedrijven net wordt geconfronteerd met onvoldoende datakwaliteit. Amper 11% gebruikt AI voor de opvolging van werven. In veel kmo's verloopt de dagelijkse communicatie tussen de werf en de centrale administratie bovendien nog via vier tot zes verschillende softwarepakketten, papieren werfdossiers en informele WhatsApp-groepen.

Essentiële informatie, zoals gewijzigde uitvoeringsplannen, opleveringsfoto's, meerwerken en urenregistraties, raakt daardoor verspreid over verschillende kanalen. Als een projectleider gemiddeld 45 minuten per dag besteedt aan het zoeken naar de juiste gegevens, het handmatig corrigeren van informatie en het dubbel invoeren van dezelfde data, verliest een kmo met zes projectverantwoordelijken al snel 45.000 euro per jaar aan improductieve werktijd.

Marges onder controle houden wordt onmogelijk

"In de praktijk zien we dat bouwbedrijven hun digitalisering vaak beginnen op kantoor en bij de boekhouding", legt Machiel den Dekker, directeur van AFAS Software België, uit. "Dat is het probleem omgekeerd aanpakken. Het grootste deel van het werk en de kosten bevindt zich immers op de werf: gepresteerde uren, verbruikte materialen, afwijkingen en dagelijkse voortgang. Als die gegevens pas enkele dagen later of via verschillende, losstaande kanalen op kantoor terechtkomen, loopt de projectrapportering onvermijdelijk achter. Het is onmogelijk om krappe marges onder controle te houden als je budgetoverschrijdingen pas bij de eindafrekening ontdekt."

AFAS onderscheidt drie duidelijke trends in het digitaliseringstraject van bouwbedrijven.

Ten eerste is er de overstap van versnipperde communicatiekanalen naar gecentraliseerde werfdossiers. Informele chatapps en fysieke dossiers maken plaats voor mobiele werfapplicaties. Updates, foto's en voortgangsnotities worden daardoor meteen opgenomen in het centrale projectdossier.

Ten tweede ontstaat er een rechtstreekse koppeling tussen de werf en de administratie. Bedrijven vervangen kwetsbare tussenoplossingen door directe integraties. Werfgegevens worden automatisch naar kantoor doorgestuurd, zonder dat iemand papieren werkbonnen of urenstaten opnieuw handmatig moet invoeren.

Ten slotte vormen gegevens de basis voor AI en realtime margeopvolging. Het opbouwen van gestructureerde projectdata is noodzakelijk om over te stappen van een kostenberekening achteraf naar een realtime opvolging van het projectresultaat tijdens de uitvoering.

"Digitalisering van de werf draait in essentie niet om méér software, maar om meer overzicht en rust op het terrein", besluit Machiel den Dekker. "Wanneer projectleiders en vakmensen vanuit één centrale informatiebron werken, verliezen ze geen tijd meer met het zoeken naar gegevens of het handmatig corrigeren van fouten. Dat is de enige manier waarop bouwbedrijven hun marges in deze volatiele markt kunnen beschermen."

Een voorbeeld is de transformatie van Iris Group, specialist in industriële schilderwerken en renovatie. Het bedrijf telt in het hoogseizoen 360 medewerkers en beheert 842 actieve operationele projecten. De ervaring van Iris toont aan dat informatiestromen stroomlijnen niet met één druk op de knop gebeurt. Iris werkte met uiteenlopende softwareoplossingen, waardoor het risico op fouten bij gegevensoverdracht toenam. In plaats van te kiezen voor een snelle software-implementatie koos de directie voor een geleidelijk veranderingsproces, gebaseerd op de werkelijke behoeften op het terrein.

Digitaal veiligheidscertificaat

"Op papier lijkt digitalisering altijd eenvoudig, maar de realiteit op de werf is heel anders", zegt Wim Mussche, COO van Iris. "Als de mensen op de werf er geen rechtstreeks voordeel van ondervinden, werkt de software niet. We hebben eerst onze operationele processen van A tot Z geanalyseerd. Pas nadat die duidelijk waren, hebben we mobiele toepassingen geleidelijk uitgerold bij meer dan 200 arbeiders. Vandaag registreren zij hun uren en dienen ze hun verlofaanvragen in via hun smartphone. Op sites van grote opdrachtgevers, zoals de haven van Antwerpen of TotalEnergies, tonen ze ook rechtstreeks hun veiligheidscertificaten in digitaal formaat."

Volgens Wim Mussche moet de directie zo'n transformatie zelf aansturen. "In het begin heb ik in mijn rol als COO ongeveer 70% van het werk op mij genomen dat nodig was om het project vooruit te helpen. Als het management de koers niet consequent bewaakt en de teams op het terrein niet begeleidt, vallen medewerkers bij de eerste weerstand snel terug in hun oude gewoontes en informele chatgroepen."

De nieuwe technologieën zijn er dus en ze zijn volledig operationeel. De uitdaging bestaat erin ze ook op de juiste manier te benutten.

BATIBOUW - AI, drones en BIM: waarom de Belgische bouw nog worstelt met digitalisering | BATIBOUW