
De aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten jaagt de prijzen van bouwmaterialen verder de hoogte in. Maar liefst 72 procent van de Belgische bouw- en installatiebedrijven verwacht tussen nu en eind 2026 nog bijkomende prijsstijgingen, gemiddeld met 8 procent. Dat blijkt uit een conjunctuurenquête van Embuild bij 200 bouwbedrijven. Om de stijgende kosten op te vangen, grijpen steeds meer ondernemingen naar prijsherzieningsclausules en dagprijzen.
De gevolgen van het aanslepende conflict in het Midden-Oosten laten zich steeds nadrukkelijker voelen in de bouwsector. Bouwmaterialen zijn de voorbije twaalf maanden fors duurder geworden. En voorlopig lijkt er weinig beterschap in zicht. Van de bouw- en installatiebedrijven die verdere prijsstijgingen verwachten, wijst 81 procent de situatie in het Midden-Oosten aan als voornaamste oorzaak.
Vooral non-ferrometalen, zoals aluminium, koper, zink en lood, zijn fors in prijs gestegen. Volgens de prijsherzieningsindex voor materialen van de FOD Economie bedroeg de stijging tussen augustus 2025 en augustus 2026 maar liefst 32,6 procent. Ook plastic en kunststofproducten werden met 21,5 procent aanzienlijk duurder. Voor koolwaterstoffen, waaronder bitumen en petroleumproducten, liep de prijsstijging op tot 18 procent.
Ook andere courante bouwmaterialen ontsnapten niet aan de prijsdruk. Staal werd op jaarbasis 13,6 procent duurder, zand en grind 13,2 procent en baksteen 11 procent. Bij cement en betonproducten bleef de stijging beperkt tot 3,2 procent. Hout kende met 2,9 procent de kleinste prijsstijging.
De aanhoudende prijsstijgingen dwingen bouwbedrijven om hun contractuele afspraken aan te passen. Inmiddels neemt 72 procent van de bouw- en installatiebedrijven een prijsherzieningsclausule op in zijn contracten. In normale omstandigheden doet minder dan de helft dat.
Volgens Niko Demeester, CEO van Embuild, is die evolutie noodzakelijk om de sector financieel gezond te houden. “Onze bedrijven werken met kleine marges en kunnen dergelijke aanhoudende prijsstijgingen niet volledig zelf dragen.”
Demeester raadt bouwbedrijven dan ook aan om systematisch een prijsherzieningsclausule op te nemen in hun contracten. Die maakt het mogelijk om prijswijzigingen transparant door te rekenen en biedt zowel de aannemer als de bouwheer meer zekerheid. Zo komen onverwachte kostenstijgingen niet uitsluitend bij de aannemer terecht.
Bedrijven die geen prijsherzieningsclausule hanteren, kiezen steeds vaker voor dagprijzen in plaats van vaste offertes. Momenteel werkt 39 procent van de bouwbedrijven op die manier. Dat is aanzienlijk meer dan het gebruikelijke aandeel van 15 tot 20 procent.
Met dagprijzen proberen aannemers de impact van sterke prijsschommelingen op bouwmaterialen te beperken. In een markt waarin de kosten moeilijk voorspelbaar zijn, bieden ze een manier om offertes beter af te stemmen op de actuele materiaalprijzen.
De verwachting dat de bouwmaterialen de komende maanden verder in prijs zullen stijgen, maakt duidelijk dat de sector zich voorlopig moet blijven aanpassen aan een onzekere internationale context.