Artikel

Vastgoed onder de loep voor de begroting

Wie vastgoed bezit of koopt, dreigt opnieuw meer te moeten betalen. Zowel de Vlaamse als de federale regering kijkt in het kader van de begrotingsgesprekken naar maatregelen die extra inkomsten uit vastgoed moeten opleveren. In Vlaanderen ligt een verhoging van de registratierechten voor duurdere woningen op tafel. Federaal wordt dan weer gekeken naar een hogere belasting voor eigenaars van een tweede verblijf.

De voorstellen zijn nog niet definitief, maar tonen wel dat vastgoed opnieuw nadrukkelijk in beeld komt in de zoektocht naar extra begrotingsinkomsten.

Vlaanderen kijkt naar woningen boven 500.000 euro

In Vlaanderen wordt onderzocht of de registratierechten voor woningen boven 500.000 euro kunnen worden verhoogd. Dat melden HLN en VTM NIEUWS op basis van bronnen rond het begrotingsoverleg.

Vandaag betaalt wie een enige en eigen woning koopt 2 procent registratierechten. Dat gunsttarief werd de voorbije jaren verschillende keren verlaagd: van 7 procent in 2021 naar 6 procent, vervolgens naar 3 procent en uiteindelijk naar 2 procent bij de vorming van de huidige Vlaamse regering. Die verlaging was een belangrijke trofee voor N-VA, maar had ook een budgettaire prijs. Ze kostte de Vlaamse begroting naar schatting 190 miljoen euro. Door de terugval van het aantal vastgoedtransacties staan de inkomsten uit registratierechten bovendien verder onder druk.

Daarom wordt nu gekeken naar een getrapt systeem. Wie een woning van maximaal 500.000 euro koopt, zou aan het tarief van 2 procent blijven. Voor woningen boven die grens zou een hoger tarief gelden. Een verhoging naar 3 procent is een van de pistes die op tafel ligt. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat een woning van 550.000 euro 11.500 euro aan registratierechten kost, tegenover 11.000 euro vandaag. Bij een woning van 750.000 euro zou de factuur stijgen van 15.000 naar 17.500 euro. De precieze regeling en tarieven liggen nog niet vast.

Is 500.000 euro wel de juiste grens?

De grens van 500.000 euro roept intussen ook vragen op. In een groot deel van Vlaanderen is een woning van een half miljoen euro niet noodzakelijk een luxewoning. Zeker in en rond de centrumsteden en in populaire gemeenten kunnen huizenprijzen snel oplopen. De vraag is dan ook of een woning van 500.000 euro vandaag nog als ‘duur’ of ‘luxe’ moet worden beschouwd. Een hogere drempel zou kunnen vermijden dat ook relatief gewone woningen in het hogere tarief terechtkomen.

Federaal: ook tweede verblijven in het vizier

Niet alleen Vlaanderen kijkt naar vastgoed. Ook op federaal niveau ligt vastgoed op tafel in de zoektocht naar extra inkomsten.

Premier Bart De Wever legde in het kader van de begrotingsonderhandelingen een startnota voor met ongeveer 14 miljard euro aan besparingen en nieuwe inkomsten. Een van de voorstellen die daarin zouden staan, is een hogere belasting voor eigenaars van een tweede verblijf, schrijft De Tijd. 

Vandaag wordt het geïndexeerde kadastraal inkomen van een tweede verblijf vermenigvuldigd met 1,4. Dat bedrag wordt vervolgens samen met andere inkomsten aangegeven in de personenbelasting. Het voorstel zou die coëfficiënt verhogen. Hoe hoog die precies zou worden, is nog niet duidelijk. Het gevolg is wel dat eigenaars van een tweede verblijf een groter belastbaar bedrag zouden aangeven en daardoor mogelijk meer personenbelasting betalen. Het gaat daarbij niet om een rechtstreekse belasting op de werkelijke huurinkomsten van een tweede verblijf. Een systeem waarbij die reële huurinkomsten zouden worden belast, lag in het verleden al vaker op tafel, maar haalde de eindmeet niet.

Ook fiscale voordelen zijn al geschrapt

De federale regering nam eerder al een andere maatregel die eigenaars van een tweede verblijf raakt. De intrestaftrek voor leningen voor tweede verblijven en investeringspanden werd afgeschaft. Wie vroeger een lening had voor bijvoorbeeld een vakantiewoning of een investeringspand, kon de betaalde intresten fiscaal inbrengen. Dat voordeel is verdwenen.

Ook tweede verblijven in het buitenland kunnen gevolgen ondervinden van de nieuwe plannen. Bij een verblijf in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft, zoals Spanje, wordt de belasting op het vastgoed in principe in dat land geheven. Toch moet het buitenlands vastgoed in België worden aangegeven, waardoor het inkomen van de eigenaar mee kan bepalen in welke belastingschijf hij of zij terechtkomt.

Wie wordt geraakt?

De federale maatregel zou volgens de ramingen minstens 1,4 miljoen Belgen kunnen treffen die een tweede verblijf of ander vastgoed bezitten dat onder de regeling valt. Hoeveel extra inkomsten de maatregel precies zou opleveren, hangt af van de uiteindelijke verhoging van de coëfficiënt.  Of de voorstellen de begrotingsonderhandelingen overleven, is nog niet duidelijk. Binnen de federale regering bestaan verschillende opvattingen over de verhouding tussen besparingen en nieuwe inkomsten. Vooral de MR heeft zich in het verleden kritisch opgesteld tegenover nieuwe belastingen op vastgoed.De onderhandelingen moeten uiteindelijk leiden tot een akkoord over de begroting. Voor de federale regering is het de bedoeling om uiterlijk tegen 13 oktober tot een akkoord te komen, wanneer premier De Wever zijn beleidsverklaring in de Kamer moet toelichten.

Stel een vraag