
ADOBESTOCK
Je eerste appartement, een verhuis, een auto, meubels, huishoudtoestellen… De eerste jaren van je actieve leven kosten behoorlijk wat geld. Toch is het verstandig om, nog voor je begint te beleggen of een woning wilt kopen, eerst een financiële buffer op te bouwen. Maar hoeveel geld hou je het best achter de hand?
Een wasmachine die het plots begeeft, een onverwachte herstelling aan je auto, een hogere energiefactuur of een huurwaarborg die je moet betalen: onverwachte uitgaven kunnen snel een flinke hap uit je budget nemen.
Daarvoor dient precies een financiële buffer of spaarreserve: een bedrag dat onmiddellijk beschikbaar is wanneer er iets misloopt. Zo hoef je geen lening aan te gaan, je kredietkaart te gebruiken of op een slecht moment beleggingen te verkopen.
Zo'n reserve wordt nog belangrijker wanneer je alleen gaat wonen of eigenaar wordt van een woning. Een huis brengt nu eenmaal kosten met zich mee die je niet altijd kunt uitstellen: een defecte verwarmingsketel, een waterlek, een dringende herstelling of een huishoudtoestel dat vervangen moet worden.
Een vaak gebruikte vuistregel is om drie tot zes maanden aan essentiële uitgaven achter de hand te houden.
Het is daarbij vaak interessanter om naar je uitgaven te kijken dan naar je loon. Tel op hoeveel je maandelijks echt nodig hebt om te leven: huur of afbetaling van je woonkrediet, voeding, energie, verzekeringen, vervoer, telecommunicatie en andere noodzakelijke uitgaven.
Bedragen je essentiële uitgaven bijvoorbeeld 1.500 euro per maand? Dan komt een buffer voor drie maanden neer op 4.500 euro. Voor zes maanden heb je 9.000 euro nodig.
Dat is uiteraard geen absolute regel. Hoeveel je nodig hebt, hangt sterk af van je persoonlijke situatie.
Woon je nog bij je ouders, heb je een stabiele job en weinig vaste kosten? Dan kun je doorgaans met een kleinere buffer volstaan. Ben je zelfstandige, woon je alleen of betaal je een woonkrediet en heel wat andere vaste kosten? Dan is een grotere reserve aangewezen.
Voor eigenaars is een financiële buffer extra belangrijk. In tegenstelling tot een huurder moet je als eigenaar veel grote herstellingen aan je woning zelf betalen.
Een verwarmingsketel die moet worden vervangen, problemen met het dak of een defecte leiding kunnen al snel enkele duizenden euro's kosten.
Daarom kan het verstandig zijn om twee aparte reserves te voorzien: een financiële buffer voor onverwachte dagelijkse kosten en een tweede potje dat je geleidelijk opbouwt voor onderhoud en herstellingen aan je woning.
Zo voorkom je ook dat je noodzakelijke werken blijft uitstellen tot ze dringend worden en uiteindelijk nog meer kosten.
Het doel van deze reserve is niet om een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Veiligheid en beschikbaarheid zijn belangrijker.
Een spaarrekening blijft daarom een geschikte oplossing. Je kunt snel aan je geld wanneer zich een onverwachte uitgave voordoet en het kapitaal wordt niet blootgesteld aan de schommelingen van de financiële markten.
Dat betekent ook dat geld dat je als noodreserve beschouwt, beter niet volledig in aandelen of andere risicovollere beleggingen zit. Heb je het geld plots nodig op een moment dat de markten sterk zijn gedaald, dan zou je verplicht kunnen zijn om met verlies te verkopen.
Enkele duizenden euro's opzijzetten lijkt misschien moeilijk, zeker wanneer je pas begint te werken. Je hoeft het volledige bedrag gelukkig niet onmiddellijk bij elkaar te hebben.
Een eenvoudige oplossing is om automatisch te sparen zodra je loon op je rekening staat. Met een permanente opdracht van 50, 100 of 200 euro per maand bouw je stap voor stap je financiële buffer op.
Spaar je 100 euro per maand, dan heb je na één jaar al 1.200 euro opzijgezet, zonder rekening te houden met eventuele intresten. Met 200 euro per maand loopt dat op tot 2.400 euro.
Ook een bonus, dertiende maand, belastingteruggave of andere onverwachte financiële meevaller kan helpen om je reserve sneller op te bouwen.
Zodra je financiële buffer groot genoeg is voor jouw persoonlijke situatie, kun je een groter deel van je spaargeld gebruiken voor doelstellingen op langere termijn.
Voor veel jonge gezinnen is een eigen woning kopen zo'n belangrijke volgende stap. Je spaargeld kan dan dienen als eigen inbreng, om de kosten van de aankoop te betalen of om toekomstige renovatiewerken te financieren.
Ook nadat je een woning hebt gekocht, is het verstandig om je spaarrekening niet volledig leeg te halen. Eigenaar worden brengt nieuwe kosten met zich mee en onverwachte uitgaven verdwijnen niet zodra je de sleutels in handen hebt.
Een financiële buffer is dus niet het geld waarmee je het hoogste rendement probeert te behalen. Het is vooral geld dat beschikbaar moet zijn op het moment dat je het echt nodig hebt.