
Vanaf 2027 zal een nieuw Europees mechanisme, ETS2 (Emissions Trading System 2), of koolstoftaks, een grote impact hebben op het dagelijkse leven van Belgische gezinnen. Dit koolstofmarktmechanisme zal van toepassing zijn op het verwarmen van gebouwen en op het wegvervoer. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen door het gebruik van fossiele brandstoffen duurder te maken. Maar wat betekent dit concreet voor gezinnen? En hoe kunnen ze zich voorbereiden op deze overgang? Uitleg.
ETS2 zal brandstofleveranciers (stookolie, aardgas, benzine, diesel, LPG, enz.) verplichten om emissierechten aan te kopen voor elke ton CO₂ die wordt uitgestoten. Deze kost zal vervolgens doorgerekend worden aan de consument, via de verwarmingsfactuur en de prijzen aan de pomp. Het doel? Het gebruik van fossiele brandstoffen terugdringen en de overstap naar propere alternatieven versnellen, zoals warmtepompen of performante isolatie.
Volgens ramingen van het Federaal Planbureau zou een koolstofprijs van 60 euro per ton CO₂ kunnen leiden tot een prijsstijging van 16% voor aardgas en 21% voor stookolie. Voor een gemiddeld gezin dat verwarmt op gas, betekent dit een extra kost van 150 tot 200 euro per jaar. Voor gezinnen op stookolie kan dit oplopen tot 250 à 400 euro per jaar, inclusief brandstofkosten.
Niet iedereen zal even hard getroffen worden. Gezinnen met een laag inkomen zijn het meest kwetsbaar, omdat ze nu al een groot deel van hun budget aan verwarming besteden. Het soort brandstof speelt een grote rol: gebruikers van stookolie zijn het meest blootgesteld, met 34 procentpunten meer risico dan gezinnen die verwarmen op gas. Ook alleenstaanden en eenoudergezinnen – vooral met een laag inkomen – lopen meer risico: bijna een derde van de alleenstaanden zonder kinderen zou hun uitgaven aanzienlijk zien stijgen.
In Wallonië zal de impact groter zijn dan in Vlaanderen of Brussel, door het hogere gebruik van stookolie en het grotere aandeel kwetsbare gezinnen.
Rijkere huishoudens zullen in absolute cijfers meer betalen, maar voor gezinnen met een lager inkomen zal de verhoging zwaarder doorwegen op het budget. Zo zou bij een koolstofprijs van 60 €/ton de verwarmingsfactuur stijgen met 207 euro per jaar voor de laagste inkomensgroep, tegenover 368 euro voor de hoogste inkomens. Maar dit bedrag weegt veel zwaarder door voor de eerste groep.
Welke begeleidende maatregelen?
Om een explosie van energiearmoede te vermijden, voorziet de Europese Unie dat de opbrengsten van ETS2 (geschat op 300 miljard euro tussen 2026 en 2032) worden herverdeeld. Een Sociaal Klimaatfonds van 86,7 miljard euro zal kwetsbare gezinnen ondersteunen bij het renoveren van hun woning of het aankopen van energiezuinige toestellen, zoals warmtepompen. Volgens de aanbevelingen zou 50 tot 75% van de ETS2-opbrengsten rechtstreeks naar lage- en middeninkomensgezinnen moeten gaan.
Het prijsmechanisme van ETS2 moet gezinnen aanmoedigen om hun woning energetisch te renoveren. Wie investeert in isolatie of hernieuwbare verwarmingssystemen, zal zijn koolstofrekening automatisch zien dalen. Publieke steun, gefinancierd met de opbrengsten van de koolstofmarkt, zal cruciaal zijn om deze overgang mogelijk te maken, vooral in de bestaande en vaak slecht geïsoleerde woningen.