
30 July 2025
Veel Belgische gezinnen maken zich klaar om op vakantie te vertrekken. Deze periode van langdurige afwezigheid gaat vaak gepaard met ongerustheid over de veiligheid van de woning die men achterlaat. Een enquête van Verisure brengt dit gevoel van onveiligheid duidelijk naar voren. Zo verklaart 28% van de ondervraagden al eens slachtoffer te zijn geweest van een inbraak tijdens hun afwezigheid. Nog verontrustender is dat 51% hun verblijf heeft onderbroken of overwogen heeft om dat te doen.
Terwijl de Belgen op vakantie vertrekken of zich klaarmaken om dat te doen, neemt het gevoel van onveiligheid met betrekking tot de bescherming van de woning toe, vooral bij langere afwezigheden. Voor sommigen wordt het vertrek zelfs een bron van angst: de vrees om een deur of raam te hebben laten openstaan kan al snel voor stress zorgen. Niet minder dan 66% van de Belgen zegt niet ten volle van hun vakantie te kunnen genieten omdat ze zich zorgen maken over de veiligheid van hun woning.
Het onderzoeksbureau Dedicated voerde de enquête uit bij duizend Belgen in opdracht van Verisure, marktleider in alarmsystemen met meldkamerbewaking voor particulieren en KMO’s.
De enquête toont onder meer aan dat, onder degenen die een veiligheidsincident in hun woning hebben meegemaakt, 51% zegt hun verblijf te hebben onderbroken of overwogen te hebben dat te doen. Dit cijfer loopt zelfs op tot 87% in Brussel en 54% in Wallonië, tegenover 38% in Vlaanderen. Eén op de twee slachtoffers geeft ook aan dat het incident plaatsvond na een afwezigheid van meer dan 24 uur. Hoe langer de afwezigheid, hoe groter het risico lijkt te worden, wat de reële vrees versterkt om de woning meerdere dagen onbewoond achter te laten.
Opvallend genoeg weerspiegelen de genomen veiligheidsmaatregelen niet altijd het uitgesproken niveau van ongerustheid. Zo zegt 15% van de respondenten geen enkele veiligheidsmaatregel te nemen, en slechts 32% beschikt over een alarmsysteem. Bovendien rekenen velen nog steeds op hun omgeving: 50% vertrouwt de bewaking van hun woning toe aan familie of vrienden, en 34% aan buren.
De bezorgdheid van Belgen over inbraken wordt ook verklaard door de reële gevolgen die ze met zich meebrengen. Zo meldt 74% van de slachtoffers van een inbraakpoging of inbraak dat hun woning beschadigd was bij hun terugkeer, soms ernstig. In Vlaanderen verklaart twee op drie slachtoffers schade te hebben geleden, waarvan 21% ernstige schade en 45% lichte schade. In Wallonië is de situatie vergelijkbaar: drie op vier slachtoffers melden schade, met 26% ernstige en 51% lichte schade.
Naast materiële schade zijn ook de psychologische gevolgen van een inbraak aanzienlijk. Volgens de enquête zegt 64% van degenen die met een inbraak of poging tot inbraak werden geconfronteerd moeite te hebben om zich opnieuw veilig te voelen en een normaal leven te hervatten. Deze cijfers tonen een diepe impact aan die verder gaat dan materiële verliezen en het mentale welzijn van de slachtoffers rechtstreeks aantast.
De enquête onthult tenslotte een verontrustend feit: meer dan één op vijf Belgen die slachtoffer zijn geworden van een inbraak of poging, geeft dit niet aan bij de politie.
“Onze studie toont aan dat 22% van de betrokkenen deze feiten niet aan de autoriteiten meldt. Dat is een zorgwekkende vaststelling,” benadrukt Vincent Rousseau, algemeen directeur van Verisure België. “Het is essentieel om elk incident te melden, zelfs een poging. Maar dat volstaat niet: de beste bescherming blijft preventie. Enkele concrete maatregelen, waaronder het installeren van een alarmsysteem, volstaan om uw woning te beveiligen en met een gerust hart op vakantie te vertrekken,” besluit hij.
Zoals de federale politie benadrukt, slaan de meeste inbrekers toe tijdens de afwezigheid van de bewoners. Dit onderstreept het belang van het gebruik van afsluitsystemen die van buitenaf kunnen worden bediend, vooral voor de deur waarmee men het huis gewoonlijk verlaat. Het risico op inbraak is even groot in de namiddag als in de tweede helft van de nacht. Overdag vergeet men echter vaak de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Meestal dringt de inbreker via de achterkant van de woning binnen.
Volgens de federale politie steunt inbraakbeveiliging op een verstandige combinatie van drie soorten maatregelen, aangepast aan het risico: organisatorische maatregelen, bouwkundige maatregelen en elektronische maatregelen.
Organisatorische maatregelen hebben vooral tot doel de woning onaantrekkelijk te maken, geen gelegenheid te geven en de buit tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door sloten op de juiste plaatsen te zetten, de indruk te wekken dat de woning bewoond is, en waardevolle objecten te markeren en te registreren.
Bouwkundige maatregelen hebben tot doel de weerstand van deuren, ramen en andere openingen te verhogen: stevige sloten, gelaagd glas...
Elektronische bescherming is in sommige gevallen een noodzakelijke aanvulling en dient naast de afschrikkende functie om inbraken of pogingen tijdig te detecteren en direct of indirect de buren en de politie te waarschuwen.
Het verband tussen deze maatregelen is duidelijk: een veiligheidsdeur die niet op slot wordt gedaan is weinig nuttig, net als een detectie zonder opvolging. Ook moeten alle kwetsbare punten beschermd worden: het volstaat niet om de achterdeur te beveiligen en de kelder ongezien toegankelijk te laten, want inbrekers zoeken eerst naar de zwakste plek.
De basisregel voor doeltreffende beveiliging is uiteraard dat ze gebruikt moet worden. Vaak wordt een systeem omzeild, niet door een ervaren inbreker, maar gewoon omdat de bewoner het niet had ingeschakeld. Een systeem hebben en het niet gebruiken is dus… nutteloos.
Dit alles betekent dat beveiliging maatwerk is, vooral voor bouwkundige en elektronische maatregelen, zeker als die samen worden gebruikt. Advies van beveiligingsexperts is noodzakelijk. Elke woning is anders en de behoeften variëren volgens verschillende parameters (afgelegen of niet, open bebouwing of appartement, aanwezigheid van huisdieren, aantal ramen…).
Tot slot: u kunt gratis een beroep doen op de diefstalpreventieadviseur van uw politiezone of gemeente. Die kan u tips geven en zwakke punten van uw woning blootleggen. U vindt hun gegevens op www.besafe.be van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken of bij uw gemeentebestuur.